Elektronische handel: de razendsnelle evolutie én de complexiteit van de wetgeving

Elektronische handel is booming business. De wetgeving errond is complex. Mr. Patrick Van Eecke, editor van de nieuwe editie van ‘Recht & elektronische handel’ bespreekt in een interview het juridische kader en de recente evoluties terzake, de wijzigingen inzake online reclame en de voorstellen voor een Verordening inzake Digitale Diensten en voor een Verordening inzake Digitale Markten. 

Interview met mr. Patrick Van Eecke, editor van ‘Recht & elektronische handel’

1.       In het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw is het elektronisch zakendoen sterk geëvolueerd? Is ook het juridische kader aangepast?

Patrick Van Eecke : De lijst is indrukwekkend: de grondige herziening van de privacywetgeving met de introductie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in 2018, de wet van 2019 omtrent onrechtmatige bedingen in B2B-contracten (waaronder IT-dienstverleningsovereenkomsten), de nieuwe regels omtrent online elektronisch betalen zoals Europees geregeld door de zogenoemde PSD II Richtlijn van 2015, de omvorming in 2013 van de regels inzake elektronische facturatie, de regels inzake reclame zoals opgenomen in het Wetboek van economisch recht van 2013, de nieuwe btw-regels rond elektronische handel die in werking zullen treden vanaf 1 juli 2021, de fiscale ontwikkelingen rond een digitale dienstenbelasting met de aanpassingen van het OESO-Modelverdrag van 2017 en de Europese voorstellen tot richtlijn van 2018, de Europese regels rond alternatieve geschillenbeslechting en online geschillenbeslechting, met de invoering van de ADR-Richtlijn en de ODR-Verordening in 2013 en de nieuwe regels omtrent het aanbieden van een platform waarop andere handelaars zaken kunnen doen met de Verordening inzake Tussenhandelsdiensten van 2019.

Daarenboven zijn ook de eerste wetgevende initiatieven rond artificiële intelligentie met onder meer de Resolutie van het Europees Parlement van 2017 over privaatrechtelijke regels inzake robotica en het Witboek van de Europese Commissie van 2020 een feit. Tevens staat er nieuwe wetgeving in de steigers, zoals de ontwerpverordening rond digitale diensten en de ontwerpverordening rond digitale markten, die door de Europese Commissie begin 2021 geïntroduceerd werden.

Bovendien moeten we eveneens oog hebben voor de toekomst. Anno 2021 zijn we als ondernemingen, burgers en overheid nog maar wat aan het experimenteren met AI. Toch staat nu al vast dat algoritmes en zelflerende computers het komende decennium intrinsiek deel zullen uitmaken van de economische en sociale realiteit.

2. Bij het doornemen van de publicatie werd onze aandacht getrokken door de komende wijzigingen inzake online reclame, in de eerste plaats een Verordening inzake Digitale Diensten. Wat is de bedoeling daarvan?

Patrick Van Eecke: Het in december 2020 gelanceerde voorstel voor een Verordening inzake Digitale Diensten stelt voor om bepaalde diensten van de informatiemaatschappij te onderwerpen aan bijkomende transparantieverplichtingen, onder meer met betrekking tot onlineadvertenties. Indien ze worden aangenomen, zouden de nieuwe verplichtingen van toepassing worden enerzijds op ‘onlineplatformen’ en anderzijds op wat het voorstel omschrijft als ‘zeer grote onlineplatformen’.

 

Transparantie

Wanneer onlineplatformen aan hun gebruikers advertenties laten zien via de online-interface (zijnde om het even welke software, zoals websites en mobiele applicaties), moeten ze aan een aantal transparantieverplichtingen voldoen. Voor elke specifieke advertentie die wordt getoond aan een individuele gebruiker, moeten onlineplatformen gebruikers in staat stellen om i) de informatie als advertentie te identificeren; ii) de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening de advertentie wordt getoond, duidelijk te identificeren; en iii) kennis te kunnen nemen van betekenisvolle informatie over de belangrijkste parameters die werden gebruikt om de ontvangers te selecteren.

Het moet voor de gebruiker niet alleen mogelijk zijn om deze informatie op een duidelijke en ondubbelzinnige wijze te kunnen identificeren, maar eveneens in realtime.

Zeer grote platformen moeten daarenboven een register publiek beschikbaar stellen dat minstens informatie bevat over: de inhoud van de getoonde advertenties, de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening de advertentie wordt getoond, de looptijd van de advertentie, of de advertentie voor een of meerdere specifieke groepen van gebruikers was bestemd en desgevallend de belangrijkste parameters die werden gebruikt om de ontvangers te selecteren, het totale bereik van de advertentie en, indien van toepassing, geaggregeerde gegevens voor de specifieke groepen van gebruikers waarvoor de advertentie was bestemd.

Reclame volgens de ontwerpverordening

Het voorstel is van toepassing op ‘advertenties’, meer bepaald “informatie bestemd om de boodschap van een rechtspersoon of natuurlijke persoon te promoten, ongeacht of daarbij commerciële of niet-commerciële doeleinden worden beoogd, en die door een onlineplatform op zijn online-interface wordt weergegeven tegen een vergoeding, specifiek voor het promoten van die informatie”. Het gaat onder meer om digitale marketing, thematisch georiënteerde en politieke advertenties. Deze omschrijving is specifieker dan de definitie van ‘commerciële communicatie’ van de Richtlijn Elektronische Handel.

Gedragscodes

Naast algemene gedragscodes die de naleving van de Verordening inzake Digitale Diensten moeten waarborgen, voorziet het voorstel ook in een verplichting voor de Europese Commissie om het opstellen van specifieke gedragscodes over onlineadvertenties op EU-niveau aan te moedigen en te faciliteren. Deze gedragscodes dienen in elk geval betrekking te hebben op de transparantieverplichtingen voor onlineplatformen en zeer grote onlineplatformen.

 

3. Parallel met het voorstel voor een Verordening inzake Digitale Diensten werd ook een voorstel voor een Verordening inzake Digitale Markten gepubliceerd?

Patrick Van Eecke:

Inderdaad, het voorstel voor een Verordening inzake Digitale Markten beoogt specifieke regels in te voeren, onder meer met betrekking tot online reclame, om bepaalde platformen die fungeren als online ‘poortwachters’ te onderwerpen aan bijkomende regels, om te vermijden dat ze oneerlijke voorwaarden zouden opleggen of oneerlijke praktijken zouden toepassen ten aanzien van hun zakelijke gebruikers en consumenten. Deze dienstverleners fungeren online als poortwachters in die zin dat hun zakelijke gebruikers toegang nodig hebben om hun klanten te bereiken. Onlinedienstverleners zouden worden beschouwd als ‘poortwachter’, en zouden daardoor onderworpen zijn aan deze nieuwe regels wanneer ze zeggenschap hebben over ten minste één ‘kernplatformdienst’. 

 

Kernplatformdienst

Een kernplatformdienst kan bestaan uit een hele reeks onlinediensten, waaronder onlinetussenhandelsdiensten, onlinezoekmachines, sociale netwerken, onlinediensten voor het delen van videocontent, besturingssystemen, clouddiensten, sommige berichtendiensten en advertentiediensten, “met inbegrip van advertentienetwerken, advertentie-uitwisselingen en elke andere advertentie-tussenhandelsdienst” aangeboden door een aanbieder van een van de voornoemde kernplatformdiensten.

Poortwachter

Een aanbieder van een kernplatformdienst zal als poortwachter worden beschouwd wanneer cumulatief aan drie voorwaarden is voldaan: een significante impact hebben op de interne markt, een kernplatformdienst aanbieden die een belangrijke toegangspoort is voor zakelijke gebruikers tot eindgebruikers (i.e. hun klanten), en een (verwachte) bestendige en duurzame positie bekleden in zijn activiteiten.

In aanvulling op de transparantieverplichtingen die in het voorstel voor een Verordening inzake Digitale Diensten zijn opgenomen, bevat ook het voorstel voor de Verordening inzake Digitale Markten een aantal verplichtingen voor poortwachters die betrekking hebben op online reclame.
In het boek Recht & elektronische handel wordt toegelicht wat dit betekent inzake transparantie van prijzen, toegang tot instrumenten voor prestatiemeting en politieke advertenties.

+++++

Het boek Recht & elektronische handel (ed. Patrick Van Eecke- Intersentia 2021 ) behandelt de belangrijkste juridische en fiscale aandachtspunten die zich stellen bij elektronische handel. Onderwerpen zoals domeinnamen, elektronische overeenkomsten, de verwerking van persoonsgegevens en de aansprakelijkheid van dienstverleners, btw-aspecten en toepasselijk recht komen hierbij uitgebreid aan bod. De auteurs van dit boek zijn allen praktijkjuristen die dagelijks geconfronteerd worden met de complexiteit en de voortdurende evolutie van de wetgeving inzake elektronische handel. Het is vanuit deze praktische ervaring dat dit boek is opgevat: een handboek voor de advocaat of de bedrijfsjurist, aangevuld met praktische voorbeelden en modellen voor onmiddellijk gebruik.

 

More Partner Blogs


17 september 2021

Working remotely from or a business trip to a third country

Working remotely from or a business trip to a third country.

Lees meer...

09 september 2021

ESG: an introduction to the European framework and recent initiatives in Belgium

ESG: an introduction to the European framework and recent initiatives in Belgium

Lees meer...

30 augustus 2021

The use of biometric data by employers

The use of biometric data by employers.  A new draft recommendation of the Belgian Data Protection Authority...

Lees meer...

09 augustus 2021

CJEU accepts employer’s prohibition of religious signs in the workplace, if based on a genuine need

CJEU accepts employer’s prohibition of religious signs in the workplace, if based on a genuine need...

Lees meer...

06 augustus 2021

Digitaal beheer van (papieren) effectenregisters

Het digitaal beheer van papieren effectenregisters en de ondersteunende mogelijkheden voor...

Lees meer...