Interview met Arie Van Hoe

Interview met Arie Van Hoe

Arie Van Hoe is co-hoofdredacteur  van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht (TBH). Hij wisselde onlangs de advocatuur voor het Competentiecentrum Recht & Onderneming bij het VBO.

Uitgeverij Larcier-Intersentia polste naar zijn beweegredenen. Arie Van Hoe raakt ook de verhouding met het IBJ aan en blikt in dit interview ook al even vooruit naar toekomstige  ontwikkelingen in het ondernemingsrecht.

 arievanhoe

U heeft de advocatuur verlaten en leidt nu sedert kort de juridische dienst van het VBO. Vanwaar deze carrièrewending?


Arie Van Hoe:
Laat ik beginnen met te zeggen dat de advocatuur wat mij betreft één van de mooiste beroepen is. Er zijn weinig zaken die zo bevredigend zijn als in een team, op het scherp van de snee, een complexe procedure te voeren, tegen een even gemotiveerde tegenpartij. De advocatuur heeft mij ook veel bijgeleerd inzake precisie en strategie. Als advocaat heb ik steeds een gezonde interesse gehad in “beleid”, vanuit het besef dat rechtsregels de neerslag zijn van een extrajuridische belangenafweging. Deze belangenafweging is niet neutraal, maar is de reflectie van de staat van een bepaalde maatschappij op een bepaald ogenblik. Dit maakt dat recht aan constante veranderingen onderhevig is.

Als advocaat kan (en moet) men zeker aandacht hebben voor deze beleidsoverwegingen; zij zijn evenwel minder relevant in de dagelijkse praktijk, die gericht is op de beslechting van concrete geschillen, op basis van het vigerende recht. Dit is anders bij het VBO: hier kijken we resoluut naar het recht van morgen, in verhouding met het recht van vandaag. Een bijkomend element dat me ertoe heeft aangezet deze stap te zetten, is het tijdsgewricht waarin we leven. Ik beschouw de coronacrisis als een scharnierpunt, dat onderliggende maatschappelijke evoluties in een stroomversnelling heeft gebracht.

De technische neutraliteit die het ‘samen-leven’ lange tijd leek te kenmerken, is een illusie gebleken. Als maatschappij worden we geconfronteerd met immense uitdagingen en de recepten uit het verleden zullen niet meer werken. In al deze uitdagingen heeft het recht een rol te spelen.

Naast mijn activiteit als advocaat ben ik ook een aantal jaren verbonden geweest aan de universiteit. Mijn ervaring als advocaat en aan de universiteit is nuttig voor mijn rol bij het VBO. Frequente contacten met advocaten en academici zijn een onderdeel van de job, en dan is het nuttig dat je de ‘taal’ van de gesprekspartner kent en weet binnen welk denkkader ze redeneren.

Wat is de specifieke rol van de juridische dienst van het VBO?

Arie Van Hoe:
Wij zijn de grootste werkgeversorganisatie van België. Als enige interprofessionele werkgeversorganisatie vertegenwoordigen we meer dan 50.000 ondernemingen uit de drie gewesten van ons land. Aldus vertegenwoordigen we meer dan 75% van de tewerkstelling in de privésector. We verdedigen de belangen van al die bedrijven in zowat 150 federale, Europese en internationale organen. Onze primaire doelstelling is het streven naar een gezond ondernemings- en investeringsklimaat, gestoeld op waarden als sociale markteconomie, duurzame ontwikkeling, bedrijfsethiek, behoorlijk ondernemingsbestuur, overleg en zelfregulering.

De juridische dienst van het VBO heeft een brede focus. Alle onderwerpen die onder de noemer ‘recht en onderneming’ vallen, worden door ons opgevolgd, van het prille stadium van de eerste ontwerpteksten tot de parlementaire behandeling. Denk maar aan financieel recht, vennootschapsrecht, mededinging, boekhouding, intellectuele eigendom, aansprakelijkheid, consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer enz.

Met een kleine, gemotiveerde groep doen we het werk van een halve faculteit rechten. Goed overleg met de leden is hierbij essentieel en bijzonder waardevol. Zij zijn de link met het terrein en laten toe abstracte principes op hun haalbaarheid te toetsen. Eenmaal de nieuwe wetgeving er is, vertalen we deze ook op een gebruiksvriendelijke manier naar onze leden toe. Zo zijn de Belgische ondernemingen steeds op de hoogte van de ontwikkelingen in het Belgische recht.


Samengevat is het dus zowel beleidsvoorbereidend als beleidsvertalend werk, en dit zowel op regionaal, nationaal, Europees als internationaal niveau. Het Europese niveau is hierbij van cruciaal belang, in die mate dat het Belgische niveau veelal een achterhoedegevecht is. Nu reeds kunnen we zeggen dat een grote golf van wetgeving op België afkomt.


Hoe is de verhouding met de bedrijfsjuristen in de ondernemingen / met het IBJ?

Arie Van Hoe:
Het VBO onderhoudt sinds jaar en dag goede contacten met het IBJ. Dit is logisch. Meer dan externe partners (advocaten) zijn bedrijfsjuristen de eerste gesprekspartner van ondernemers. Zij staan effectief naast de ondernemer en kunnen de juridische noden en bezorgdheden op de meest efficiënte wijze naar ons toe vertolken. Vandaar dat het belangrijk is voor ons om een goede relatie met het IBJ te onderhouden.

Om die reden is het ook goed dat we dicht bij elkaar zitten: het IBJ huurt enkele lokalen van het VBO. Elk heeft natuurlijk zijn eigen rol te spelen. Het IBJ stelt de functie van bedrijfsjurist als zodanig centraal. Onze focus is veel ruimer en bestrijkt het volledige ondernemingsrecht. Raakvlakken zijn er natuurlijk.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor ondernemingen in de komende jaren/decennia?

 

Arie Van Hoe:
Algemeen zie ik de volgende uitdagingen, die België ruimschoots overstijgen: demografische veranderingen en de geopolitieke invloed die deze ongetwijfeld zullen hebben; toenemende digitalisering en de invloed op traditionele productieprocessen; klimaat en energie, want beide kunnen niet onafhankelijk van elkaar worden beoordeeld.

Wat we tegenwoordig te vaak zien, is dat ondernemingen in maatschappelijke discussies voor alles en nog wat verantwoordelijk worden gesteld. Dergelijke zwart-witredeneringen, die exemplarisch zijn voor een zeker maatschappelijk discours, helpen ons natuurlijk geen meter vooruit. Er bestaat geen tegenstelling tussen ondernemingen en ‘de rest’, integendeel. De uitdagingen zijn te groot om ze geïsoleerd te lijf te gaan.

U bent ook co-hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht – Revue de Droit Commercial Belge (TBH–RDC). Hoe ziet u het ondernemingsrecht verder evolueren? Hoe zal TBH hiermee omgaan?


Arie Van Hoe:

De belangrijkste opdracht voor een hoofdredactie is voorbij de waan van de dag proberen te kijken. Er is steeds nieuwe rechtspraak en nieuwe wetgeving die geduid kan worden, maar er moet ook aandacht zijn voor de grote tendensen, onder de oppervlakte, die het technisch-juridische overstijgen. In dit verband ben ik hoopvol. Zeker jongere juristen

staven hun bijdragen met extrajuridische gegevens en inzichten en denken de gevolgen van hun juridische redeneringen maatschappelijk door.

Dat het ondernemingsrecht zal evolueren is een feit. Hoe en via welke weg zal nog moeten blijken. België is een vreemd landje in dit verband. Beleid wordt niet ergens op een centrale plaats uitgedokterd, maar wordt in verschillende velden gezaaid en soms groeit er eens iets. We moeten ons daar ook geen illusies meer bij maken: het zwaartepunt van de wetgeving inzake ondernemingsrecht ligt op Europees niveau, waar het VBO ook actief is, en dat zal niet minderen. Hoe de rechtspraak zal evolueren is een andere zaak.

Mijn persoonlijke hoop voor het TBH is dat het een ware ontmoetingsplaats kan worden voor intellectueel debat. Dat is iets wat we in België haast niet kennen. Verstandige mensen die het op beredeneerde manier grondig oneens zijn met elkaar. Nochtans is het net die botsing van ideeën die kans biedt op inzicht, niet het jarenlang elkaar napraten. Daarnaast is en blijft onze ambitie de nationale referentie te zijn wat het ondernemingsrecht betreft. Alle belangrijke rechtspraak en wetgeving moet aan bod komen. Een hele boterham dus, maar dat houdt het interessant.


Het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht – Revue de Droit Commercial Belge (TBH-RDC) is een van de meest toonaangevende juridische tijdschriften in België. Het levert al decennialang een constitutieve bijdrage aan de evolutie van het ondernemingsrecht.

TBH
becommentarieert maandelijks alle belangrijke ontwikkelingen inzake ondernemingsrecht in de brede zin van

het woord aan de hand van een aantal vaste rubrieken:
- Doctrineartikelen: voorafgegaan door een samenvatting in het Nederlands en het Frans.

- Geannoteerde rechtspraak en rechtspraakoverzichten.

- Actualiteit: wetswijzigingen en actuele tendensen.

De papieren drager en de online versie (www.rdc-tbh.be) zijn volledig autonoom. U kunt een abonnement nemen

op één van beide of op beide samen.

Voor meer informatie: https://www.larcier.com/nl/tijdschrift-voor-belgisch-handelsrecht-revue-de-droit-commercial-belge-tbh-rdc.html

Abonnees kunnen de papieren nummers van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht ook raadplegen in de app Larcier Journals.

larcier boek

More Partner Blogs


11 augustus 2022

The new impact of the Brussels I regulation on arbitrators: analysis of the latest ruling of the European Court of Justice

In a judgment rendered on June 20, 2022, the Grand Chamber of the European Court of Justice (ECJ) ...

Lees meer...

02 augustus 2022

De wettelijke garantie bij consumentenkoop

Sinds 1 juni 2022 is de nieuwe garantieregeling voor consumenten in werking getreden, waardoor de...

Lees meer...

11 juli 2022

The competent jurisdiction for international workers: how to find the place where the employee habitually works.

The concept of the “place where the employee habitually works” is an essential concept for...

Lees meer...

23 juni 2022

Recht op een andere functie voor personen met een handicap?

Is een werkgever verplicht om een werknemer die wegens een handicap zijn oorspronkelijke functie...

Lees meer...

17 juni 2022

Whistleblower protection: ready for action?

The European Whistleblowing Directive (the Directive) provides for the establishment of mandatory...

Lees meer...