Le nouveau droit des obligations est arrivé: Boek 5 van het nieuw Burgerlijk Wetboek betreffende de verbintenissen trad in werking op 1 januari 2023

Contracten die worden afgesloten vanaf 1 januari 2023, zullen onderworpen zijn aan de bepalingen van Boek 5 van het nieuw Burgerlijk Wetboek (het “BW”) betreffende de verbintenissen dat vanaf die datum in werking treedt.

Contracten die worden afgesloten vanaf 1 januari 2023, zullen onderworpen zijn aan de bepalingen van Boek 5 van het nieuw Burgerlijk Wetboek (het “BW”) betreffende de verbintenissen dat vanaf die datum in werking treedt.

De inwerkingtreding van dit nieuwe Boek 5 maakt deel uit van de algemene hervorming van het BW. Deze hervorming werd ingezet met een Boek 8 betreffende het bewijs, in werking getreden op 1 november 2020, en zal op termijn de gekende “Code Napoléon” vervangen door 10 Boeken.  De voornaamste doelstellingen van het nieuwe BW zijn het invoeren van een meer overzichtelijke structuur en van een eenvormige terminologie en de integratie van vaste rechtspraak en reeds door hoven en rechtbanken toegepaste algemene rechtsbeginselen.

Boek 5 behandelt de verbintenissen, met uitzondering van de buitencontractuele aansprakelijkheid en de bijzondere overeenkomsten, die respectievelijk in Boek 6 en 7 zullen worden opgenomen.

Wat verandert er concreet en met welke wijzigingen dienen juristen en ondernemingen rekening te houden, onder meer bij het opstellen van overeenkomsten vanaf 2023?  Hierna geven we een beknopt overzicht van een aantal belangrijke nieuwigheden in Boek 5.

Verbod op kennelijk onredelijke bedingen (artikel 5.52)

Het nieuwe artikel 5.52 van het BW voert een principieel algemeen verbod in op zogenaamde onrechtmatige bedingen. Het artikel voorziet dat een beding onrechtmatig is indien er niet over kan worden onderhandeld en wanneer het een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen. In zulk geval wordt het beding voor niet geschreven gehouden.  

De evolutie in het contractenrecht die erin bestaat de zwakkere (of zwakker geachte) partij te beschermen tegen onrechtmatige bedingen, en dan vooral in het kader van niet-onderhandelde toetredingscontracten, is al langer ingezet, zowel in België als in het buitenland.

In het Belgisch recht zijn bepaalde bedingen reeds onrechtmatig in relaties tussen ondernemingen en consumenten (“B2C” - zie de artikelen VI.82 e.v. van het Wetboek van economisch recht) en recent ook in relaties tussen ondernemingen (B2B - artikelen VI.91/1 tem VI.91/10 WER).

De nood om met artikel 5.52 van het BW ook een algemene verbodsbepaling in te voeren is er gekomen vanuit de redenering dat bepaalde relaties (te denken valt aan relaties tussen consumenten onderling of relaties tussen ondernemingen die buiten het toepassingsgebied van de B2B bepalingen vallen) momenteel tussen de mazen van het beschermingsnet glipten, met een mogelijk ongrondwettelijk onderscheid tot gevolg.

De nieuwe bepaling geldt onverminderd de toepassing van de bestaande, meer specifieke regelgevingen.  De gekende B2C en B2B bepalingen krijgen dus in principe voorrang.

Het verbod geldt, in tegenstelling tot meer specifieke regimes, echter enkel voor toetredingscontracten.  Die worden gedefinieerd in artikel 5.10, dat bepaalt dat “het feit dat sommige bedingen van het contract het voorwerp zijn geweest van een afzonderlijke onderhandeling, de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet [uitsluit], indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.”  Zo zal een onderhandeling over de prijs of over de hoeveelheid bestelde goederen niet noodzakelijk verhinderen dat de algemene voorwaarden van een partij als toetredingscontract moeten worden gekwalificeerd en als dusdanig moeten worden gecontroleerd op grond van de regeling inzake onrechtmatige bedingen.

Overigens houdt de loutere omstandigheid dat over een contract niet werd onderhandeld niet in dat het aan de andere partij werd opgelegd zonder mogelijkheid om de inhoud ervan te beïnvloeden.  Er zal dan ook telkens concreet moet worden nagegaan of een dergelijke mogelijkheid tot beïnvloeding bestond, onder meer rekening houdend met de economische machtsverhouding tussen de partijen, ook al werd geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid.

Het criterium om te besluiten of er sprake is van een kennelijk onredelijk beding, is het bestaan van een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen, waarbij alle omstandigheden rond de contractsluiting in aanmerking moeten worden genomen.  Net zoals het geval is bij de B2B regelgeving, mag het kennelijk onevenwicht geen betrekking hebben op de bepaling van de (gelijkwaardigheid van de) hoofdprestaties van het contract.  Daar speelt ten volle de contractvrijheid van de partijen.

De rechter beschikt over een marginale toetsingsbevoegdheid wat betreft het onrechtmatig karakter van het beding.  Indien een beding onrechtmatig wordt geacht, wordt het voor niet-geschreven gehouden.

Bevrijdingsbedingen (artikel 5.89)

Artikel 5.89 stelt dat partijen mogen overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijd wordt van zijn (buiten)contractuele aansprakelijkheid. Boek 5 bevestigt dus de principiële geldigheid van bevrijdingsbedingen (of “exoneratiebedingen”), zoals reeds erkend in rechtsleer en rechtspraak: een bevrijdingsbeding is geldig voor zover de overeenkomst er niet door wordt uitgehold.  De wetsbepalingen betreffende de aansprakelijkheid zijn immers van aanvullend recht, zodat er – via een bevrijdingsbeding - contractueel van kan worden afgeweken.

De wet voorziet enkele uitzonderingen op de principiële geldigheid van bevrijdingsbedingen.  Een aantal bevrijdingsbedingen zijn niet mogelijk en worden dan ook voor niet-geschreven gehouden.  Het gaat om:

  • bedingen die de schuldenaar bevrijden van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of
  • bedingen die de schuldenaar bevrijden van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast.

Een bevrijdingsbeding voor zware fout is dus wél toegestaan.

De hierboven genoemde uitzonderingen betreffen grotendeels een bevestiging van de bestaande rechtspraak en rechtsleer.  

De volgende punten zijn evenwel nieuw:

  • er wordt niet langer voorzien in de mogelijkheid voor de schuldenaar om zich te bevrijden van aansprakelijkheid voor de opzettelijke fouten van zijn hulppersonen;
  • er komt een verbod op bedingen waarmee de schuldenaar zich bevrijdt voor de fouten die een aantasting veroorzaken van andermans leven of fysieke integriteit; en
  • bevrijdingsbedingen krijgen derdenwerking ten aanzien van hulppersonen: wanneer een partij haar aansprakelijkheid contractueel beperkt, doet zij dit niet enkel voor zichzelf, maar ook voor iedereen waarop zij in de uitvoering van de overeenkomst een beroep doet.

Bij het afsluiten van overeenkomsten is het dus belangrijk om gebruik te maken van de nieuwe bepalingen inzake bevrijdingsbedingen, of om deze in het achterhoofd te houden.

Onvoorzienbare omstandigheden - Imprevisieleer (artikel 5.74)

Artikel 5.74 stelt dat elke partij haar verbintenissen moet nakomen, ook al zou de uitvoering ervan meer bezwarend zijn geworden, maar voorziet tegelijk een mogelijkheid voor de schuldenaar om een heronderhandeling van het contract te vragen.

De wetgever erkent dus voortaan de imprevisieleer in het Belgisch recht, naar het voorbeeld van de ons omringende rechtstelsels en in navolging van de evolutie van de rechtspraak van het Hof van Cassatie.

Het nieuwe artikel 5.74 herhaalt vooreerst het beginsel dat overeenkomsten de partijen tot wet strekken.  Hierop wordt echter een uitzondering voorzien, wanneer er sprake is van een zogenaamde “verandering van omstandigheden” en aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

  • de verandering was onvoorzienbaar bij de contractsluiting;
  • de verandering is ontoerekenbaar aan de schuldenaar; en
  • de uitvoering van het contract wordt hierdoor buitensporig bezwarend, zodat de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist.

In dat geval, leidt de verandering van omstandigheden tot heronderhandelingen op voorwaarde dat de schuldenaar dit risico niet voor zijn rekening heeft genomen en de wet noch het contract die mogelijkheid uitsluiten. De bepalingen inzake imprevisieleer zijn immers van aanvullend recht.  Waar de toepassing van de imprevisieleer tot nu toe, indien gewenst, contractueel diende te worden voorzien, dient deze nu dus contractueel te worden uitgesloten wanneer de partijen de toepassing ervan willen verhinderen.

Bij gebrek aan akkoord tussen de partijen, naar aanleiding van de hogervermelde heronderhandelingen, kan de rechter de overeenkomst (geheel of gedeeltelijk) beëindigen (eventueel met terugwerkende kracht tot de datum van wijziging van omstandigheden) of, enkel op verzoek van één van de partijen, het contract aanpassen.

Bij het afsluiten van contracten is het voortaan dus belangrijk om te evalueren of het al dan niet nuttig is om te voorzien in de toepassing of uitsluiting van de wettelijke bepalingen inzake imprevisie, dan wel om deze te moduleren, aangezien het gaat om bepalingen van aanvullend recht.

Ontbinding (artikelen 5.90 – 5.96)

Artikel 5.90 en volgende voorzien dat wederkerige contracten ontbonden kunnen worden in gevallen van ernstige niet-nakoming of in gevallen waarvoor dat contractueel voorzien is.

De bepalingen omtrent de ontbinding zijn een verduidelijking van en een aanvulling op de bestaande regels. Daarbij worden een aantal lacunes in het oud Burgerlijk Wetboek weggewerkt.  Zo voorziet art. 1184 (oud) BW thans niet in de mogelijkheid tot een buitengerechtelijke ontbinding door kennisgeving (al dan niet mits uitdrukkelijk ontbindend beding) en evenmin in de ontbinding wegens voortijdige niet-nakoming (anticipatory breach). Het nieuwe boek 5 verankert deze mogelijkheden in de wet.

We lichten hierna kort de verschillende nieuwigheden toe.

Anticipatory breach (artikel 5.90, tweede lid)

De schuldeiser die voorziet dat een verbintenis niet zal worden nagekomen hoewel zij nog niet opeisbaar is, kan toch reeds de ontbinding van de overeenkomst vorderen of de exceptio non adimpleti contractus toepassen. Dit kan enkel onder strikte voorwaarden, namelijk:

  • het verzenden van een voorafgaandelijke aanmaning;
  • het geven in deze aanmaning van een redelijke termijn aan de schuldenaar om hem toe te laten voldoende waarborgen te bieden voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen; en
  • de gevolgen van de niet-nakoming zijn voldoende ernstig voor de schuldeiser.

De bepaling omtrent anticipatory breach is van aanvullend recht en kan contractueel worden uitgesloten. Ook kunnen de voorwaarden ervan in de overeenkomst worden gedetailleerd of aangepast.  Men zou dus kunnen voorzien dat de voorafgaandelijke aanmaning niet nodig is – al moet er dan over gewaakt worden dat die bepaling niet kennelijk onredelijk wordt.

               Ontbindend beding (artikel 5.92)

De geoorloofdheid van het ontbindend beding wordt voortaan uitdrukkelijk door de wet erkend, in overeenstemming met wat reeds gold in de rechtspraak.  Het ontbindend beding kan worden voorzien voor elke tekortkoming of enkel voor welbepaalde tekortkomingen en kan eveneens betrekking hebben op de voortijdige niet-nakoming van het contract (anticipatory breach).

Een kennisgeving van de ontbinding is altijd vereist, maar de vereiste van een voorafgaande ingebrekestelling kan daarentegen contractueel worden geschrapt.

De ontbinding op basis van een uitdrukkelijk ontbindend beding gebeurt op eigen risico van de schuldeiser. In het kader van een a posteriori gerechtelijke controle op vraag van de schuldenaar, zal de rechter zowel de regelmatigheid van de buitengerechtelijke ontbinding als de rechtmatigheid ervan in het licht van het verbod op rechtsmisbruik kunnen nagaan.

               Ontbinding door kennisgeving (artikel 5.93)

Ook de ontbinding door kennisgeving, zelfs bij gebrek aan een uitdrukkelijk ontbindend beding, wordt voortaan door de wetgever voorzien.

Mits de niet-nakoming voldoende ernstig is en na een voorafgaande ingebrekestelling, kan de schuldeiser de overeenkomst eenzijdig ontbinden.  In de rechtsleer bestond er discussie over de vraag of daarbij hoogdringendheid en/of uitzonderlijke omstandigheden vereist zou zijn.  De wet voorziet nu dat dit niet nodig is.

Een schriftelijke kennisgeving, met de redenen van ontbinding, is nodig om de a posteriori controle door de rechter mogelijk te maken

De ontbinding door kennisgeving gebeurt op eigen risico van de schuldeiser. In het kader van een a posteriori gerechtelijke controle op vraag van de schuldenaar, zal de rechter zowel de regelmatigheid van de buitengerechtelijke ontbinding als de rechtmatigheid ervan in het licht van het verbod op rechtsmisbruik kunnen nagaan.

In het geval de buitengerechtelijke ontbinding onregelmatige of abusief zou blijken te zijn in het kader van een latere gerechtelijke controle, is de verklaring van de schuldeiser onwerkzaam.

Op te merken valt dat ook de gedeeltelijke ontbinding mogelijk is wanneer de tekortkoming, die de ontbinding rechtvaardigt, slechts een gedeelte van het contract aantast én het contract bovendien deelbaar is volgens de bedoeling van de partijen (dit betreft zowel de materiële als de personele deelbaarheid).

Nietigheden (artikel 5.57)

In rechtspraak en rechtsleer wordt reeds breed gedragen dat de nietigheid, zoals elke sanctie, in verhouding moet zijn met het beoogde doel, bestaande in de naleving van de geschonden norm. De wetgever brengt daarom enkele nuances aan op de nietigheidssanctie.

Zo voorziet het nieuwe artikel 5.57 van het BV de mogelijkheid om de nietigheidssanctie terzijde te schuiven wanneer dit niet de meest geschikte sanctie zou zijn: de sanctie dient in verhouding te staan met het beoogde doel.

Daardoor kan de rechter dus beslissen om de nietigheidssanctie te vervangen door een andere, meer geschikte sanctie, zoals de niet-tegenwerpelijkheid in geval van een pauliaanse vordering, de schadevergoeding in geval van incidenteel bedrog, de matiging van de verbintenis in geval van een kennelijk onredelijk schadebeding.  In sommige gevallen, zo blijkt uit de voorbereidende werken, kan de rechter zelfs de toepassing van elke sanctie tegengaan.

Toepassing in de tijd

Het nieuwe Boek 5 wordt van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding op 1 januari 2023. Overeenkomsten die worden afgesloten vanaf 1 januari 2023, zijn dus normaal gezien onderworpen aan de nieuwe bepalingen.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, blijven de oude regels echter van toepassing op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding, maar die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding.

De voorbereidende werken van Boek 5 geven als voorbeelden van zulke rechtshandelingen en -feiten onder meer:

  • een uitvoeringscontract, gesloten na de inwerkingtreding, maar naar aanleiding van een raamcontract dat werd gesloten vóór de inwerkingtreding van Boek 5;
  • de verlenging of de vernieuwing van een contract gesloten voor de inwerkingtreding van Boek 5; of
  • een betaling, die plaatsvindt na de inwerkingtreding, van een verbintenis die ontstaan was voor de inwerkingtreding van Boek 5.

In al die gevallen, zullen deze situaties dus volledig worden beheerst door het oude recht, behalve wanneer de partijen uitdrukkelijk voorzien dat ze toch de bepalingen van het nieuwe boek 5 willen toepassen.

Als u verder op de hoogte wilt blijven van recente juridische ontwikkelingen, verwijzen wij u naar de Crowell & Moring Legal Knowledge Library - Crowell Hub 💡. U hebt toegang tot een uitgebreide bron aan informatie via dit gratis portaal, dat speciaal is ontworpen om bedrijfsjuristen te ondersteunen. Klik hier om in te loggen of te registreren.

Voor meer informatie over ons kantoor kunt u ons bezoeken op www.crowell.com.

Auteurs:  Emmanuel Plasschaert (EPlasschaert@crowell.com), Frederik van Remoortel (FVanremoortel@crowell.com), Charlotte Stynen (CStynen@crowell.com)

More Partner Blogs


07 februari 2023

Hervorming van het fiscaal regime voor auteursrechten: baart het gewijzigd toepassingsgebied zorgen?

  Ondanks hevig verzet vanuit de betrokken sectoren - in het bijzonder de IT-sector - en het...

Lees meer...

06 februari 2023

Antitrust in 2023: 10 key themes - growing unpredictability and brand new enforcement tools

  In 2023 antitrust enforcement globally will continue to respond to calls for it to do more to...

Lees meer...

03 februari 2023

The importance of company culture in the attraction and retention of legal talent

  It is difficult to attract talent. Candidates are not inclined to change jobs easily. A...

Lees meer...

02 februari 2023

Client alert – EU Adopts Deforestation-free Products Regulation

  Days before the recent UN Biodiversity Conference (COP15), the European Parliament and the Council...

Lees meer...

01 februari 2023

5 tips voor betere samenwerking tussen juridische en andere afdelingen

  De harde realiteit is dat kleinere organisaties de juridische afdeling vaak zien als...

Lees meer...